De inzet tot en met september 2005, het verleden

Zoals in de inleiding beschreven is vanaf 2001 een beperkt inzetschema van het FRS-Urk van kracht. In plaats van alle A1 meldingen en op verzoek van de huisarts, de reddingsboot, de brandweer, de ambulance ter plaatse, is inzet alleen mogelijk bij een vermoeden van een levensbedreigende situatie (onwelmelding) en een verzoek van één van de genoemden.

Zoals uit figuur 1 blijkt is de inzet van ca. 140 keer in het eerste jaar gedaald naar 80-100 in de periode 2000 -2005. Het jaar 2002 moet worden gezien als vertekening vanwege het in dat jaar spelende dispuut met de Urker Huisartsen Maatschap over de door hen te leveren bijdrage aan inzet voor het systeem. Voor 2005 geldt dat uitgaande van de cijfers tot en met september (als 75%) een tendens kan worden vermoed van een stijging van het aantal inzetten. De komende jaren zullen daar meer helderheid in moeten geven.

 

Ondanks de veranderde inzet van het FRS-Urk blijkt het aantal situaties waarin het FRS-Urk de situatie kan afhandelen vrijwel constant. Met het nieuwe alarmering-protocol is het aantal echt loze inzetten vanaf 2002 gedaald tot het niveau van de beginjaren, echter vanaf 2004 lijkt er weer een toename. Deze toename is sterker bij het bij elkaar nemen van de beide kolommen “geen vervoer (door de ambulance)”, met name in 2005. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met het feit dat de cijfers over 2005 in deze figuur van 9 maanden zijn. Mogelijkerwijs wordt dit veroorzaakt door de veranderde dienststructuur van een deel van de Urker huisartsen waardoor een groter (en ook groter onterecht) beroep op de ambulancehulpverlening wordt gedaan.

In de periode 2001-2005 is er 28 keer geassisteerd bij een reanimatie, waarvan 10 geslaagd (levend vervoer). Uitgaande van de gegevens uit de literatuur mag men bij een aanrijtijd van > 10 minuten verwachten dat 0% slaagt.

De verschuivingen in figuur 3 illustreren het andere alarmprotocol. De eerste 3 melding- aanduidingen betreffen de algemene term onwelwording. De totalen daarvan komen overeen met die uit de onderzoeksperiode.

Het jaar 2002 is, zoals aangegeven, te beschouwen als een overgangsjaar (veel onenigheid over alarmering). Het aantal oproepen van een huisarts vertoont een dalende tendens. Of dat komt vanwege het sneller bellen van 112 i.v.m. de nieuwe dienststructuur of van een verminderde behoefte omdat de Abtsweg nu in gebruik is, is onduidelijk. Aangezien het aantal inzetten zeker niet daalt, is de eerste veronderstelling waarschijnlijker.

Tekstvak: